Correctie academisch succes

De variabele Academisch Succes is gebaseerd op twee vragen uit de tweede vragenlijst .
De eerste vraag vroeg om het aantal studie equivalenten (ECTS = European Credit Transfer System), dat de student had behaald in het studiejaar tot dan toe. Uit deze parameter - samen met informatie over het curriculum tot dan toe van de betreffende opleiding - is de parameter ‘deel gemaakt’ berekend. Dit is dus het deel van het op dat moment maximaal haalbare aantal ECTS wat door de betreffende student behaald is. Dit ‘deel gemaakt’ was kleiner dan 1 als de student voor aantal vakken gezakt was of het vak gewoon niet gedaan had, maar het was ook wel eens groter dan 1 als de student extra vakken had gedaan (bijvoorbeeld in een tweede studierichting).
De tweede vraag vroeg om het gemiddelde punt over al de vakken waarvoor de student geslaagd was. Dit was eigenlijk altijd een punt op de schaal van 10 met 5.5 als grens tussen zakken of slagen.

Studenten met hetzelfde academisch succes, beide variabelen in acht genomen, kunnen sterk verschillen in ‘deel gemaakt’ en ‘gemiddeld cijfer’ afzonderlijk. Sommigen van hen richtten zich vooral op het behalen van hoge cijfers, ten koste van het aantal vakken wat ze deden; anderen kozen de tegenovergestelde strategie. Daarom heb ik de twee parameters ‘deel gemaakt’ (DG) en ‘gemiddeld cijfer’ (GC) als volgt samengevoegd in één parameter voor academisch succes (AS):
• als DG >= 0: AS = DG * GC
• als DG < 0: AS = DG* GC + (1-DC)*4.
Hierin is de factor 4 een grove schatting van het cijfer wat een student gemiddeld haalt voor een tentamen waarvoor hij zakt of die hij maar niet doet; als ik deze factor weg had gelaten was er een onverantwoord grote discontinuïteit ontstaan tussen iemand die een 5.5 en iemand die een 5.4 haalde voor een tentamen. De prestatie van beiden is vrijwel gelijk, maar bij de eerste tel je het hele punt mee waar de tweede maar 0 punten heeft.

De variabelen ‘deel gemaakt’ en ‘gemiddeld cijfer’, gerapporteerd vanuit de verschillende disciplines (variërend van geneeskunde tot natuurkunde) waren niet te vergelijken, doordat de toetsen van een totaal andere aard en moeilijkheidsgraad waren. Ik heb, ter correctie, het academisch succes van een bepaalde respondent in de discipline i vergeleken met het academisch succes, wat een denkbeeldige ‘gemiddelde student’ in dezelfde discipline i zou hebben behaald. Voor de berekening van deze gecorrigeerde parameter (AS), heb ik de volgende stappen uitgevoerd een keer voor de N&G-respondenten apart en een keer voor de N&T-respondenten apart:
1. Met hoofdcomponentenanalyse of principale componentenanalye (PCA) zijn uit de relevante data acht PCA componenten gehaald, die potentieel invloed op het studiesucces van de student zouden kunnen hebben.
2. Met meervoudige lineaire regressie is daarna een model gemaakt van het academisch succes als functie van al deze componenten.
3. Het academisch succes van de fictieve gemiddelde student - ASall - was het academisch succes berekend met dit model van de student met gemiddelde PCA-componenten.
4. Op dezelfde manier zijn voor elke (voldoende groot) discipline i meervoudige lineaire regressie modellen gemaakt. Als er te weinig respondenten in een discipline waren voor betrouwbare analyse zijn de betreffende studenten uit de analyse gehaald of eventueel samengevoegd bij een aanverwant discipline. Zo is de kleine groep wiskundige respondenten (waarvan sommigen toch al als tweede studie natuurkunde deden) bij de natuurkundige studenten gevoegd (waarvan er enkelen als tweede studie wiskunde deden). En zo zijn ook biomedische wetenschappen en biomedische technologie samengevoegd. Dit betekent verder dat ik geen op deze manier gecorrigeerd academisch succes had voor de minderheidsgroepen (N&G bij werktuigbouwkunde bijvoorbeeld.
5. Het met elk van deze modellen berekende academisch succes van de fictieve gemiddelde student is dan ASi.
6. Binnen elke discipline wordt nu het academisch succes gecorrigeerd met de term ASall - ASi, zodat de fictieve gemiddelde student in elke discipline hetzelfde academisch succes heeft.