Karakteristieken van natuurkundelessen

Ongeveer een jaar na het verzamelen van de data voor dit onderzoek heb ik interviews gehad met natuurkundedocenten, die ook daadwerkelijk een aantal (>9) van de respondenten les hadden gegeven in de bovenbouw. Hier een paar korte karakteriseringen van hun lessen in 2008 en 2009:

  • Tjalling Visser, van CSG Het Noordik in Almelo is wel eens een kennisentertainer genoemd. Hij speelde bijna toneel als hij iets vertelde. "Een leerkracht moet er helemaal voor gaan." Hij heeft dan ook een keer van een 6-vwo leerling de terugkoppeling gehad: 'Goh meneer, u maakt zich veel drukker om ons dan wij ons over onszelf maken.'
  • Op het Raayland College in Venray zag ik een les van Jan van Riswick die met zijn leerlingen rondom een experimenteertafel stond. De leerlingen discussieerden niet alleen mee over de lesinhoud, maar experimenteerden ook mee. Bijgaand filmpje met dank aan Lesley de Putter, TU/e.
  • Bert Spronck van het Stella Maris College in Meerssen - vroeger betrokken bij de methode Systematische Natuurkunde - is vooral gericht op duidelijke uitleg op een eigen(wijze) manier. Waar hij in de lesboeken 'veel fouten vond en weinig echte uitleg' was hij 'kampioen in het maken van begeleidende stencils bij de lesstof'. Hij hamerde op structuur en strategie. Bert weigerde de leerlingen te veranderen in 'formule-neukers'. Hij wilde laten zien hoe leuk het is om een probleem goed op te kunnen lossen...
  • Op het Minkema College in Woerden draaiden de lessen om structuur en heldere uitleg. Frans Minjon pleegde zich te verliezen in "de samenleving in het algemeen in plaats van in de natuurkunde in het bijzonder..." "Ik wil nogal eens een kwartiertje besteden aan iets wat in het nieuws is of - en laat ik het maar even noemen - met eenvoudige opmerkingen de leerlingen ook wel reacties ontlokken."
  • Op het Bernardinuscollege in Heerlen werd de uitleg vrij kort gehouden en kwam de stof 'tot leven' in de rekenvoorbeelden. Waarbij Robert Bouwens elke leerling stimuleerde zelf mee te puzzelen. [Op deze school waren extreem hoge prestaties op het natuurkunde-eindexamen (extreem hoger dan voorspeld door mijn model). De resultaten op de universiteit waren weer normaal.]
  • Op het Alkwin Kollege in Uithoorn werden zeer vaak demonstraties gebruikt bij de klassikale uitleg [ook in de data zie je dat significant terugkomen]. In klassikale lessen bracht de docent 'meerwaarde' aan door hier en daar zijpaadjes te behandelen of op 'extra dingetjes' te wijzen. Het lag dan aan de leerling wat opgepakt werd en wat niet.
  • Op het Baken in Almere werd vooral in groepjes gewerkt met behulp van het lesmateriaal van SALVO. [Respondenten van deze school waren zich duidelijk niet allemaal bewust van de inhoud van de planner (5 opgaven per les). Eén leerling van deze school gaf aan nooit huiswerk, al of niet op een planner, te hebben gehad (0 op schaal 0-5); een aantal gaf aan voor elke les huiswerk te hebben gehad (5 op schaal 0-5), wat dus klopte; de meesten waren zich tenminste voor een groot deel bewust van hun huiswerk (4 op schaal 0-5) en een aantal iets minder vaak (3 op dezelfde schaal).]
  • Hans van Bemmel van het Stedelijk Gymnasium in Leiden probeerde de leerlingen te stimuleren om bij het maken van sommetjes na te denken over de grote lijn. Sommigen pikten dat op, maar anderen dachten: "Kom op, ik moet verder met de sommetjes..."
  • Op het Stedelijk Gymnasium in Utrecht zette Maarten Kleijne de leerlingen graag zelfstandig aan het werk en droeg Nico Bosman liever kennis uit, "waarbij het gevaar dreigde dat de leerling achterover ging leunen." Dit was een verschil in gradatie, want uiteindelijk werden bij beiden de leerlingen aan het werk gezet, waarbij hen waar nodig nog individueel uitleg gegeven werd.
  • Op het Alfrink College in Zoetermeer werd ongeveer de helft van elke les klassikaal uitleg gegeven. Sietse de Haan probeerde de leerlingen tot onderlinge discussie aan te zetten met door hemzelf ontwikkelde prikkelende conceptvragen (geïnspireerd op vraagstukken van Louis Mathot). Het liefst had hij net als vroeger op het Twickel College 100% groepswerk gedaan, maar dat paste niet in het schoolklimaat van het Alfrink College.
  • Op het Marnix College in Ede werden leerlingen gestimuleerd om elkaar iets uit te leggen. Het grote probleem was een chronisch gebrek aan tijd. Daardoor kwam Ariën Vorselman te weinig naar zijn zin aan practica toe. Een oplossing zou zijn als er goede klassikale lessen op internet waren, zodat de lessen op school voor andere zaken gebruikt zouden kunnen worden.
  • Op het Revius Lyceum in Doorn werd je als docent gedwongen om afwisseling in werkvormen te gebruiken. De lesuren van 75 minuten zouden anders 'dodelijk' zijn. Hier werd ook veel practicum buiten de lesuren om gedaan.
  • Ad Thijssen van het Theresia Lyceum in Tilburg hield er van om lessen en demonstraties te improviseren. Daarbij daagde hij met regelmaat leerlingen uit door hen moedwillig op het verkeerde been te zetten en dan een discussie te starten. [Waardering voor zijn manier van lesgeven blijkt wel uit een respondent van zijn school die natuurkundedocenten adviseerde gewoon te doen wat zijn docent deed: "de motivatie erin houden door af en toe geheel off topic dingen te doen {…} en daarmee toch nog kennis bijbrengen door de theorie klassikaal te bespreken. Zo leer je een hoop general knowledge, die goed van pas kan komen, vroeger of later."]
  • Bij Jeroen Weges (toen nog Murmeliusgymnasium in Alkmaar) ligt de kracht in het beeldend 'inzichtelijk maken van een probleem' op het bord. li id="best">Op het Heerbeeck College in Best gaven de docenten expliciet aan het onderwijsleergesprek te gebruiken bij de uitleg van nieuwe theorie en ook bij het behandelen van vraagstukken. Lesley de Putter stimuleerde leerlingen hierdoor dieper op de stof in te gaan en eigen 'fouten' te ontdekken. Daar waar Lesley de Putter de leerlingen hun eigen verantwoordelijkheid gaf, durfde Jos Bakermans de leerlingen niet genoeg te vertrouwen om de controle uit handen te geven. Iets wat hij graag had gewild. Dit laatste heb ik trouwens meer docenten horen verzuchten.
  • Op het Baarnsch Lyceum in Baarn waren aparte vaklessen en begeleidingslessen in de verhouding 2 staat op 1. Wim Theulings had een systeem van steeds uitdagender oefenopgaven per onderwerp: eerst eenvoudige overhoorsommetjes op de elo; dan (diagnostische) opgaven; en dan uiteindelijk examenopgaven. Op een vergelijkbare manier bouwde hij stap voor stap het leren schrijven van practicumverslagen op.
  • Annette de Boer van het Gymnasium Celeanum in Zwolle liet graag 'wat zien' met eigenlijk in elke les wel een klein demonstratie samen met een interactief klassengesprek en ook wel opgaven uitwerken op het bord - " dat vind ik ook wel prettig voor de structuur" - als er in de lesuren van 45 minuten nog tijd over was gingen leerlingen nog even zelf aan het werk.
  • Op het Gymnasium Beekvliet in St. Michielsgestel was het eerste (soms wat grote) deel van de les voor interactieve uitleg - Patrick van Aarle probeerde de leerlingen 'goed kritisch' naar de stof te laten kijken. Het tweede deel was voor het maken van opgaven - soms alternatieve werkvormen of iets praktisch. Patrick vond variatie in werkvormen en uitleg belangrijk, omdat niet iedereen door hetzelfde 'aangesproken' werd.
  • De Katholieke Scholengemeenschap in Etten-Leur was volgens Kees van Loon ‘een gewone scholengemeenschap mavo, havo, vwo'. Juist daarom heeft deze school meegedaan met de pilot voor Nieuwe Natuurkunde: "Ik denk dat het heel belangrijk is in dit soort projecten dat daar gewone scholen meedoen en niet [alleen] een of ander specifiek gymnasium waar ze dus faciliteiten en goede leerlingen hebben."
  • Op het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen kwam een les pas tot zijn recht als de leerling gemotiveerd was om er ook wat mee te doen. Cor Heesbeen stimuleerde de leerling een sportmentaliteit te ontwikkelen. Een goed individueel gesprek was hier soms van groot belang.
  • Eltjo Dijkhuis van het Vechtdal College in Harderberg heeft vanuit zijn achtergrond van docent bij een VO-school naar voorbeeld van de werkplaats kindergemeenschap Kees Boeke (Werkplaats kindergemeenschap Kees Boeke) de neiging om het leerproces van de leerlingen sterk te sturen. Hij gebruikt een 'boekje' met planner, aftekenkaart en het jaarprogramma en geeft gedetailleerde klassikale uitleg.

    Ik wil deze leerkrachten allemaal extra bedanken voor hun bereidheid om met zoveel inzet aan dit onderzoek mee te werken. Het is uitzonderlijk dat vrijwel alle docenten die ik indertijd heb benaderd (uitgezonderd eentje) ook echt mee wilden doen.
    Het was niet dat we elkaar allemaal van te voren al kenden - ik heb de scholen gekozen op grond van datagegevens en zag later pas welke scholen het waren - maar toch hebben jullie me allemaal jullie vertrouwen geschonken. Dank daarvoor en ik hoop dat de resultaten die ik in deze blog zal publiceren jullie vertrouwen waard zijn.

    Reageer onder de post over de lessen