Over de natuurkundedocent

Er zijn twee groepen van docentvariabelen die ongeveer onafhankelijk van elkaar variëren. De ene is de 'vriendelijkheidschaal' en de ander de 'autoriteitsschaal'. Een introductie in de data.

Bij het uittesten van de vragenlijst bleek dat de standaard enquêtevragen (met een antwoordschaal van oneens tot eens) niet goed werkte. Op een of andere manier - slecht lezen of slecht onthouden - hadden respondenten niet altijd goed meer in het hoofd waar het over ging als ze met het antwoord bezig waren. Mijn oplossing voor dit probleem was om belangrijke sleutelwoorden uit de vraag in de antwoordschaal te zetten. Bijvoorbeeld de vraag naar de mate van orde van de docent: 'Over de manier waarop jouw Natuurkundedocent de klas in de hand hield' met antwoorden die liepen van 'liet de klas geheel vrij' tot 'hield streng orde'.

Meer dan 50% van de respondenten vonden hun natuurkundedocent zeer vakbekwaam en zeer enthousiast over hun vak. Klinkt goed als je hoort hoe de competentie van de leerkracht tegenwoordig in de politieke belangstelling staat. En het is ook leuk als je in aanmerking neemt dat veel van deze studenten hun natuurkunde leerkracht adviseerden vooral enthousiast les te geven (zie NVOX oktober 2009).
De variabele 'vakbeheersing' blijkt samen te hangen met de mate waarin de respondenten lessen interessant en begrijpelijk vonden - een vakbekwaam docent is dan een docent die begrijpelijk kan uitleggen en de lessen op een interessante manier kan brengen. Geen gek criterium, denk ik.

Op de schaal van 'plezierigheid' scoorden de docenten eveneens hoog. Ook de verstandhouding met de klas was over het algemeen goed. Maar zoals je ziet in de staatjes hiernaast, blijft de relatie met de klas iets achter bij de relatie met individuele leerlingen.
Deze twee variabelen, plezierig en verstandhouding, variëren zo sterk samen dat ze - samen met positieve terugkoppeling en enthousiasme - een zogenaamd achterliggend concept lijken te vertegenwoordigen. Dit soort concepten kan men op een statische manier vinden met hoofdcomponentenanalyse of principale componentenanalye (PCA). Het achterliggende concept is hier volgens mij de 'vriendelijkheid van de docent' en daarom heb ik de bijbehorende PCA-component de ‘vriendelijkheidschaal’ genoemd.

  • Drie andere variabelen - organisatie (structuur), klas in de hand (orde) en optreden (consequent gedrag) - varieerden ook sterk samen en vormden een PCA-component die ik de 'autoriteitsschaal' heb genoemd. Deze component hangt samen met 'de mate waarin de leerkracht de lessen bepaalde'. De twee componenten (vriendelijkheid en autoriteit) staan min of meer 'loodrecht' op elkaar en variëren dan ook vrijwel onafhankelijk van elkaar. Je hebt dus vriendelijke en onvriendelijke autoritaire docenten naast vriendelijke en onvriendelijke niet-autoritaire docenten. Deze vier groepen docenten zal ik over twee maanden met elkaar vergelijken. Voor meer gedetailleerde informatie over de componenten zelf verwijs ik naar deze aparte tabel.

    De mate waarin natuurkundedocenten hun uitleg varieerden is misschien wel de parameter met de sterkste variatie. Deze variabele is vooral gecorreleerd met de vriendelijkheidschaal. Hij zit in wat mindere mate vervat in de autoriteitsschaal en daar zie je dat het variëren van de les vooral vrij moeilijk te combineren is met structuur en consequent gedrag.

    Opvallend is dat leeftijd en geslacht van de docent op geen enkele manier gerelateerd zijn aan 'vriendelijkheid' en 'autoriteit'. Dit hangt natuurlijk ten dele samen met het feit dat leerlingen de leeftijd van hun docent slecht inschatten en het feit dat maar 7% van de respondenten een vrouwelijke natuurkundedocent meldden. Ik kan dus nauwelijks of geen uitspraken doen over verschillen tussen oudere en jongere docenten en tussen vrouwelijke en mannelijke docenten.

    Uiteindelijk zijn er weinig absolute uitspraken te doen over hoe goed deze natuurkundedocenten zijn. We hebben allemaal een ander idee bij wat een goede docent moet bereiken. Zelfs het samenstellen van het eindexamenprogramma blijkt steeds weer te resulteren in een compromis. Afhankelijk van het ons gestelde doel, zullen we in de komende maanden tot verschillende conclusies komen. Het makkelijkste is het om de eindexamennormen als doel te nemen en over een paar weken wil ik laten zien welke docent daar welke invloed op heeft. Maar als het uiteindelijke doel het voorbereiden van de leerlingen op het wetenschappelijk onderwijs is, dan wordt het verhaal duidelijk anders... Voorlopig moet het oordeel nog even opgeschort worden, aangenomen dat een oordeel gewenst is. Hopelijk komen we in onderling overleg op deze blog net weer een stapje verder op weg naar een optimale manier van lesgeven voor elke natuurkundedocent. Of nog beter… vinden we een goede manier voor elk van onze leerlingen om natuurkunde te leren. Dat is het uiteindelijke doel van deze blog.

    Terug naar de post om te reageren.