Aantal uren les

Al lijkt er in eerste instantie geen directe correlatie tussen de totale natuurkunde lestijd in de bovenbouw en het natuurkunde eindexamencijfer. Toch blijkt dat meer lessen - vooral voor leerlingen met een lagere algemene capaciteit - er wel degelijk toe doen als het om hun eindexamenprestaties gaat.

Ik heb van ongeveer 800 leerlingen (30% van alle respondenten die in 2008 examen deden) de data over hun totale lestijd in de bovenbouw verzameld via docenten van in totaal 108 scholen, met relatief veel natuurkundeleerlingen. Ongeveer het eerste wat ik met mijn data heb gedaan was het correleren van deze naturkunde lestijd met de natuurkunde eindexamencijfers. Tot mijn grote teleurstelling was er geen positieve correlatie tussen de lestijd en hun prestatie te vinden. Toch blijkt, als je dieper in de data duikt, dat er wel degelijk een positief verband is. Maar er werken ook allerlei mechanismen - op allerlei niveaus - die dit verband (gedeeltelijk) opheffen. Ik heb dit 'nivellerende mechanismen' genoemd.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Technisch intermezzo over de variabele 'natuurkunde lestijd bovenbouw'.
Ik heb indertijd de betreffende docenten gevraagd naar het aantal lesuren per week dat examenleerlingen van 2008 hadden gehad in de vierde, de vijfde en in de zesde klas van de bovenbouw, het aantal minuten per lesuur en het aantal effectieve lesweken voor elk van die jaren, waarbij alle weken zonder les (voor proefwerken, vergaderingen, examenvoorbereiding, projecten e.d.) niet meetelden. Met deze gegevens kon ik dan per school de totale lestijd voor natuurkunde1 en natuurkunde 1,2 in de bovenbouw uitrekenen. Daarna heb ik deze variabele voor natuurkunde 1 en voor natuurkunde 1,2 apart gestandaardiseerd (0 = het gemiddelde over alle scholen en elke eenheid geeft aan hoeveel sigma een specifieke hoeveelheid lestijd van dit gemiddelde af wijkt). Ik gebruik deze relatieve variabele als ik de respondenten met natuurkunde 1 en natuurkunde 1,2 gezamenlijk analyseer. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

In een 'scatterplot' alleen voor jongens natuurkunde 1 zie je een klein aantal jongens van scholen met extreem lestijd, die toch relatief hoge punten halen. Als je die jongens dan in de data opzoekt, zie je dat ze hard werkten in vergelijking tot anderen. Dit kan natuurlijk nog toeval zijn, maar het lijkt er (ook uit heel andere observaties) sterk op dat deze jongens pas gingen werken als het hen moeilijk gemaakt werd - werd dit als uitdaging ervaren? Dit was, en is waarschijnlijk nog steeds, een zogenaamd nivellerend mechanisme bij veel van de respondenten (vooral maar niet alleen de jongens natuurkunde 1), waar ik het later nog vaker over zal hebben.
Trouwens, bij de (130) meisjes natuurkunde 1,2 zie je wel degelijk een significante correlatie tussen lestijd en prestatie.

Het belangrijkste nivellerende mechanisme op schoolniveau lag in het feit dat betere vwo-leerlingen minder natuurkunde lestijd hadden (en wellicht nog hebben). Bij de atheneumleerlingen apart zie je wel degelijk een positieve correlatie tussen lestijd en natuurkunde eindexamencijfer. Bij gymnasiasten niet. Hier spelen ongetwijfeld weer andere mechanismen een rol.

Als je naar het relatief natuurkundecijfer - het natuurkunde eindexamencijfer relatief aan de 'algemene capaciteit' van de leerling - kijkt, dan ziet het plaatje er al meteen heel anders uit. Vooral bij de meisjes zie je een sterke correlatie tussen de totale natuurkunde lestijd en het relatief natuurkundecijfer. Het blijkt (ook in de literatuur steeds weer) dat meisjes gewoon meer hebben aan de lessen, de structuur en uitleg van de leerkracht. Of dit een positief iets is, valt nog te betwijfelen. Het heeft ook te maken met een vorm van onzekerheid die hen (bij hun keuzes en werkhouding) in het vervolgonderwijs aardig parten kan spelen.

  • Bij de (97) jongens natuurkunde 1 zie je totaal geen correlatie en in het plaatje een vreemde parabool. De leerlingen aan beide uitersten doen het het beste. Geen wonder dat ik steeds maar weer weinig wijs wordt uit deze groep jongens. En bij de gesprekken die ik met veel leerkrachten hield, bleek herhaaldelijk dat ik niet de enige was die problemen had met deze groep. De enige 'verklaring' die ik heb is dat deze leerlingen functioneerden onafhankelijk van de lessen (en misschien zelfs onafhankelijk van de school). Het beeld dat je hier ziet kan dan een gevolg zijn van het kleine aantal leerlingen in de dataset of allicht van het feit dat het hier om een abnormaal (in statistische zin) geselecteerde groep leerlingen gaat. Wat maakt dat jongens niet voor natuurkunde 1,2 kiezen en toch gaan doorstuderen in een wetenschappelijke b√®tastudierichting?

    Bij de jongens natuurkunde 1,2 zie je een zeer kleine maar significante correlatie (0.1), die voortkomt uit een klein verschil in relatief natuurkundecijfer tussen mensen met minder en mensen met meer dan de gemiddelde lestijd in de bovenbouw.

    De verschillende positieve correlaties zouden te maken kunnen hebben met een verschil in de mate waarin de docent de klas in de hand hield (meer lestijd gingen samen met meer orde - alleen significant gecorreleerd bij jongens natuurkunde 1,2) of anders een significant verschil in werkhouding (meer lestijd meer werken - alleen significant gecorreleerd bij meisjes natuurkunde 1,2). Wat doet vermoeden dat het uiteindelijk vooral om de eigen inzet van de leerling ging en niet zozeer om de lessen zelf.

    De correlatie tussen de lestijd en het relatief natuurkunde cijfer is verreweg het grootst bij de respondenten, die uiteindelijk in een numerus fixus studie terecht zouden komen (bijna 0.3). Ik zie hierin een neiging van deze (vaak vrouwelijke) studenten om zich te richten op die vakken waar de inzet cijfertechnisch het meest winstgevend was. Hoe meer lestijd, hoe aantrekkelijker het vak natuurkunde in dit keuzeproces dan was.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.