Biologenwerk

Deze week een blog over de biologiestudenten en het feit dat hun manier van werken, die ik vrouwelijk zou willen noemen, bij biologie zoveel meer opbrengt dan bij het vak natuurkunde op de middelbare school.

Als je het profiel van de biologiestudent leest, lijkt het erop dat de vrouwelijke N&G-biologen deze studie vaak kozen uit gebrek aan beter. Dan waren het (in een bepalend aantal gevallen) de wat minder goede N&G-leerlingen (vooral in de exacte vakken op het vwo), die geneeskunde te hoog gegrepen vonden of uitgeloot waren.
De vrouwelijke N&T-biologen waren daarentegen de relatief goede leerlingen (ook in de exacte vakken) die echt gemotiveerd waren voor de studie en die voor N&T-vrouwen ook echt hard werkten en hun studie uitzonderlijk interessant en ook wel makkelijk vonden. N&T-vrouwen in de harderexacte studierichtingen bleken in mijn data zeer significant minder geïnteresseerd in hun studie en je ziet ook een minder grote inzet (en minder enthousiasme) bij de vrouwelijke N&T natuurkundestudenten of scheikundestudenten.
Dit zijn de vrouwen, die we (in onze maatschappij) stimuleren de hardere exacte richting in te gaan (nog steeds 'kies exact'). Ik vraag me (voorzichtig) af of we hen de voor hen veel interessantere biologiestudie wel af mogen nemen. In de (tegenwoordig steeds harder exact wordende) biologische wereld zijn er genoeg plekken waar hun natuurkundig inzicht op een, voor hen motiverende manier, ingezet kan worden.
Maar allicht kan hun interesse worden beïnvloed, zoals overal geprobeerd wordt. Niet alleen door natuurkunde en techniek meer biologisch te maken (zoals bijvoorbeeld in de biomedische studies en life, science & technology), maar ook door hen (thuis en op school) het plezier in het aangaan van een uitdaging bij te brengen. Het profiel van de werktuigbouwkundestudent - en de drie vrouwelijke N&T studenten daarin - laat zien dat de mentaliteit nodig voor top(?)sport hier allicht een rol in kan spelen.

In de posts van mei zal blijken dat veel mannelijke studenten de uitdaging opzochten (en daar ook plezier aan beleefden) en veel vrouwelijke studenten uitdaging probeerden te vermijden. Bij de mannelijke biologiestudenten in mijn data, die - in werkhouding en zelfs in hobby’s - zo sterk op de vrouwelijke studenten leken, zie je dit zoeken naar uitdaging terug. Zo kwamen de mannelijke N&G-biologen van scholen met relatief uitdagende biologie-examens en de mannelijke N&T-biologen van scholen met uitdagende Nederlands examens. Zelfs het groot aantal (6) dyslectische, mannelijke N&G-studenten durfden deze studie aan.
Voor de vrouwelijke biologiestudenten lag er in hun studie minder uitdaging. Hun manier van werken was hier veel effectiever dan bij natuurkunde op de middelbare school. Beiden, mannelijke en vrouwelijke biologiestudenten, dachten op de middelbare school de 'juiste manier van werken' voor natuurkunde te hebben. Echter, als je kijkt naar hun natuurkundecijfers relatief aan hun algemene capaciteit, bracht dit hen bedroevend weinig op. Op de effectiviteit van verschillende werkhoudingen in het vak natuurkunde komen we in juni uitgebreid terug.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.