Het optimale geloof in eigen studieaanpak.

De NVOX-column van juni 2015. Dit keer over het optimale zelfbeeld (een optimaal geloof in de eigen studieaanpak) en hoe dit optimum samengaat met allerlei - soms tegenstrijdige - aspecten van het natuurkundeonderwijs.

Dat leerlingen die aangeven op de juiste manier te werken beter presteren voor natuurkunde op hun eindexamen, zal niemand verbazen. Het lineaire verband tussen hun zelfbeeld en hun natuurkundeprestaties zou je een realistisch zelfbeeld of op z’n minst een normaal zelfbeeld kunnen noemen. Het wordt interessant als je de variatie rond dit normale zelfbeeld - ofwel het relatief zelfbeeld - gaat relateren aan de variatie rond het normale natuurkunde eindexamencijfer - het relatieve N-cijfer (het natuurkundecijfer t.o.v. de algemene capaciteit van de leerling).

Het relatieve N-cijfer als functie van het relatief zelfbeeld heeft een maximum in het interval van het zogenaamde ‘optimale relatief zelfbeeld’ (zie bijgaande figuur). Leerlingen met een lager dan optimaal relatief zelfbeeld - maar ook leerlingen met een hoger dan optimaal relatief zelfbeeld - presteerden gemiddeld gezien significant lager dan je aan de hand van hun algemene capaciteit zou verwachten.

In vergelijking tot de leerlingen met een optimaal relatief zelfbeeld, werkten leerlingen met een lager relatief zelfbeeld op alle gebieden minder voor natuurkunde. Dit ging samen met een lager aantal begrepen lessen en bij allen behalve de jongens natuurkunde 1 met een lager aantal interessante lessen. Kortom deze leerlingen waren in meer of mindere mate gedemotiveerd voor het vak natuurkunde. De motivatie van de leerlingen ging vooral samen met de mate waarin de docent de lessen in de hand hield. Meisjes natuurkunde 1 voelden zich het meest in de steek gelaten in deze.

Bij jongens natuurkunde 1,2 ging vaker practicum in de les en het enthousiasme van de leerkracht samen met een hogere mate van motivatie. Practica en enthousiasme gingen voor anderen ten koste van lestijd die nodig was om accurate kennis op te doen en werkten daardoor niet meer effectief. Leerlingen met een hogere algemene capaciteit waren bij alle groepen leerlingen makkelijker voor natuurkunde te motiveren en dit waren ook vaker leerlingen die als kind veel met constructiespeelgoed hadden gespeeld (vooral jongens dus).

Als de feedback die leerlingen kregen over hun functioneren positiever was dan normaal (door relatief makkelijke toetsing bijvoorbeeld) resulteerde dit in een hoger dan optimaal zelfbeeld ofwel overmoed. Dit kon gebeuren als een relatief enthousiaste leerkracht wel leuke lessen gaf maar niet de negatieve terugkoppeling die de leerling zou moeten doordringen van het feit dat hun begrip van een lagere kwaliteit was dan hij of zij dacht. Overmoedige jongens natuurkunde 1,2 die vaak moeite hadden met het nauwkeurig nakijken van hun werk (en fouten in dit werk maar al te graag over het hoofd wilden zien) waren gebaat bij klassikaal uitleggen van huiswerkopgaven en het leren bespelen van een muziekinstrument in hun jeugd (van muziek leren lezen leer je ook nauwkeuriger teksten lezen).

Trouwens, jongens natuurkunde 1,2 - die over het algemeen nauwelijks iets uit hun hoofd leerden - konden door dat iets meer te gaan doen aan de ene kant demotivatie en aan de andere kant overmoed tegengaan. Een rechttoe rechtaan wondermiddel. Over het algemeen blijkt echter dat het optimaliseren van natuurkundelessen meer een evenwichtoefening is. Het is zoeken naar het evenwicht tussen aan de ene kant het stimuleren en motiveren van leerlingen en aan de andere kant het geven van (vaak minder welkome en soms dus demotiverende) accurate feedback. Lesgeven blijft een uitdaging, elke dag weer.

De mensen die hoopten dat het optimaliseren van het zelfbeeld de meisjes wat meer zou helpen dan de jongens, moet ik teleurstellen. Alleen de gedemotiveerde natuurkunde-1 meisjes presteerden gelijk aan de gedemotiveerde natuurkunde-1 jongens (6.7 gemiddeld). Gemotiveerde jongens (natuurkunde 1 en natuurkunde 1,2) en ongemotiveerde natuurkunde 1,2 jongens presteerden (nog altijd) significant beter dan vergelijkbare meisjes (tot 7.5 gemiddeld voor de jongens natuurkunde 1,2 met een optimaal zelfbeeld).

Al met al valt er nog genoeg te onderzoeken. Maar eerst een paar maandjes vakantie en allicht daarna, zo nu en dan, een post of een column… Laat maar horen waar je nieuwsgierigheid gewekt is.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.