De docent en het N-cijfer

De relatie tussen de docenteigenschappen (samen te vatten onder de componenten VRIENDELIJK en AUTORITEIT) en het relatief natuurkunde eindexamencijfer of relatief N-cijfer is in deze nieuwe analyse nog steeds klein. Echter het is net groot genoeg om toch wat genuanceerder te kunnen zien dat VRIENDELIJKheid en AUTORITEIT wel degelijk met de cijfers samen hingen (jongens natuurkunde 1; jongens natuurkunde 1,2; meisjes natuurkunde 1; meisjes natuurkunde 1,2).
Echter een docent die VRIENDELIJKer en AUTORITAIRder was, was niet altijd beter.
De KWALITEIT van leren van de leerling was duidelijk van meer belang voor de (relatieve) resultaten. Reden voor een aparte post hierover.

AUTORITEIT werd gewaardeerd als VRIENDELIJK tot een bepaalde hoogte (afhankelijk van de leerling). Er was vaak ook zoiets als te veel AUTORITEIT en zeker ook te weinig AUTORITEIT.
(1) AUTORITEIT en VRIENDELIJK gingen bij de (meisjes natuurkunde 1,2 sterk samen.
(2) Een zeer grote mate van AUTORITEIT en een zeer kleine mate van AUTORITEIT hoorden allebei significant vaker bij de onVRIENDELIJKE dan bij de VRIENDELIJKE docent.
(3) In de groep docenten die relatief laag scoorden op AUTORITEIT zaten de als meest VRIENDELIJK en de als meest on-VRIENDELIJK gewaardeerde docenten. (4) Bij meisjes natuurkunde 1 zie je dat bij docenten met veel AUTORITEIT, meer AUTORITEIT als minder VRIENDELIJK ervaren werd. Bij de jongens natuurkunde 1,2 zie je bij de onVRIENDELIJKE docenten dat een toenemend gebrek aan AUTORITEIT èn een toenemend te veel aan AUTORITEIT als onVRIENDELIJKer ervaren werden.

Interessante lessen gingen sterk samen met de KWALITEIT van werken van de (meer capabele) leerlingen en daarnaast ook met de VRIENDELIJKE docent (zie de vorige post). Toch is de relatie tussen de VRIENDELIJKE docent en de prestaties van de leerlingen miniem.
Over het algemeen (met uitzondering van de meisjes natuurkunde 1) gingen de respondenten minder hard werken (KWANTITEIT) als ze een hogere algemene capaciteit hadden.
De meisjes natuurkunde 1 werkten allemaal (onafhankelijk van hun capaciteit) heel hard (omdat ze vaak aan een gewogen loting wilden meedoen). Alleen bij de minder-VRIENDELIJKE en minder-AUTORITAIRE docent was het harde werken van de meisjes ook echt effectief. Bij natuurkunde 1 en natuurkunde 1,2 ging het minder hard werken van meisjes in die klassen samen met een lager relatief N-cijfer.
Bij de minder-VRIENDELIJKE, AUTORITAIRE docent werkten de jongens natuurkunde 1 gemiddeld genomen significant minder hard (wat hen trouwens geen kwaad deed). Alleen bij de VRIENDELIJKE AUTORITAIRE docent bracht harder werken (de jongens natuurkunde 1 met een lagere capaciteit) ook echt wat op in relatief N-cijfer.
De VRIENDELIJKE AUTORITAIRE docent bij natuurkunde 1,2 kon voorkomen dat de jongens even weinig werkten als andere jongens natuurkunde 1,2.

Bij de jongens natuurkunde 1 waren het VRIENDELIJK zijn van de docent en het relatief N-cijfer gecorreleerd en dan vooral als de docent bovengemiddeld AUTORITAIR was. Bij de minder-VRIENDELIJKE, minder-AUTORITAIRE docent was het gemiddelde relatieve N-cijfer significan)t lager dan bij andere docenten. Bij de VRIENDELIJKE, minder-AUTORITAIRE docent haalden jongens lagere punten naarmate de AUTORITEIT van de docent lager werd. AUTORITEIT in de docent leek nodig om deze jongens aan het werk te krijgen. Te veel AUTORITEIT (bij een VRIENDELIJKE docent) ging samen met minder KWALITEIT van werken, wat de positieve invloed te niet leek te doen. Naarmate de docent zich meer inspande, lieten de jongens het afweten…
Al met al hadden de docenten natuurkunde 1 invloed op de jongens vooral in negatieve zin - resulterende in lage relatieve N-cijfers bij sommige groepen docenten. Dit was dan ook de subgroep met het laagste gemiddelde absolute natuurkunde eindexamencijfer (6.8).

Bij de jongens jongens natuurkunde 1,2 was een relatief sterke relatie tussen VRIENDELIJK zijn en AUTORITEIT en hun relatief N-cijfer.
Bij natuurkunde 1,2 hadden de docenten invloed op de jongens in positieve zin - resulterende in hoge relatieve N-cijfers bij sommige docenten. Dit was dan ook de subgroep met (verreweg) het hoogste gemiddelde absolute natuurkunde eindexamencijfer (7.3).

Bij de meisjes natuurkunde 1 die VRIENDELIJKE docenten rapporteerden, hielden de AUTORITAIRE docenten meisjes met een lagere capaciteit in hun klas dan de minder-AUTORITAIRE docenten. (Dit is mijn interpretatie van het feit de gemiddelde algemene capaciteit bij de AUTORITAIRE docent laag is en bij de minder-AUTORITAIRE docent juist hoog. Dit waren ook vaker meisjes die niet door hoge cijfers gemotiveerd werden om hard te werken en die stand hielden ondanks hun wat lagere relatieve N-cijfers.
De resulterende negatieve relatie tussen AUTORITEIT en N-cijfer zou een positieve invloed van de VRIENDELIJKE docent op het N-cijfer kunnen verbloemen en doet de positieve invloed van de AUTORITAIRe docent kleiner lijken dat hij eigenlijk was.
Ondanks het harde werken deden de meisjes bij natuurkunde 1 (met een gemiddeld eindexamencijfer van 6.9) het nauwelijks beter dan de jongens.

In de natuurkunde 1,2 klassen, waar de meisjes de docent positief beoordeelden (VRIENDELIJK/AUTORITAIR), was de algemene capaciteit van de meisjes relatief hoog. In deze klassen zaten relatief veel meisjes die gemotiveerd werden om hard te werken door aanmoediging van hun docent of doordat ze natuurkunde makkelijk vonden. Naarmate de docenten van deze groep meisjes minder VRIENDELIJK/AUTORITAIR waren vielen leerlingen met een lagere algemene capaciteit af (en stapten waarschijnlijk over naar natuurkunde 1). In de klassen met een minder-VRIENDELIJK/AUTORITAIRE docent bleven relatief veel meisjes achter die gemotiveerd waren omdat ze het vak nodig hadden voor de toekomst en niet echt op hoge punten uit waren.
Hier kan de positieve invloed van de VRIENDELIJK/AUTORITAIRe docent op het N-cijfer in werkelijkheid lager zijn geweest dan ik hier analyseer.
Deze meisjes natuurkunde 1,2 deden het significant slechter voor natuurkunde dan de jongens (gemiddeld cijfer: 7.1). De prestaties leken vooral lager in klassen met vrijwel alleen jongens waar het ene meisje het gevoel kan hebben gehad niet helemaal op haar plaats te zijn. En waar de lessen meer op de jongens gericht waren (zie de vorige post).

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.