De N&T-natuurkunde

Net als bij de N&G-leerlingen waren de resultaten van de N&T-leerlingen bij het eindexamen natuurkunde vooral gerelateerd aan hun algemene capaciteit. In deze figuur zijn ook de andere (significante) relaties tussen de verschillende aspecten van hun natuurkundeonderwijs en de resultaten te vinden.

Een paar opvallende punten zijn:
- De eigenschappen van de natuurkundedocent waren bij de meisjes niet en bij de jongens nauwelijks direct gerelateerd aan hun natuurkundecijfer.

- Voor de meisjes gingen autoriteit en vriendelijkheid in een docent meer samen dan bij jongens. Dat zie je bij N&G meteen in de figuur en bij N&T vooral aan de samenstelling van de twee PCA-componenten.

- Jongens waardeerden hun N&T-leerkracht in vrijwel alle aspecten meer dan meisjes. Let wel, jongens hadden voor een groot deel andere leerkrachten. Ze zaten vaak in klassen met (vrijwel) alleen jongens met de bijbehorende leerkrachten, die dus niet door meisjes beoordeeld zijn. Ik wijt dit verschil vooral aan de speciale sfeer die er toen in de (vaak ook wat kleinere) jongensklassen hing. Ook kan het heel goed zijn dat N&T-leerkrachten zich meer op de meerderheid van jongens richtten. Hierdoor konden meisjes eenzelfde leerkracht allicht minder waarderen.

- Hoe autoritairder de docent hoe harder de leerlingen werkten.

- Hard werken lijkt voor de jongens weinig zin te hebben gehad (komen we nog op terug). Bij de meisjes zie je een relatie tussen hard werken en het aantal interessante lessen dat ze zeiden te hebben gehad.

- Hoe vriendelijker de docent hoe hoger de kwaliteit van leren.

- De kwaliteit van leren was direct gecorreleerd met de eindexamencijfers.

- Naarmate de N&T-leerlingen een hogere algemene capaciteit hadden, werkten ze meer op (een beter?) inzicht, wat doorwerkt op hun eindexamencijfer en interesse.

- Als leerlingen een hogere kwaliteit van werken hadden (ook weer samenhangend met een hogere algemene capaciteit), hadden ze vaker interessante lessen. Met andere woorden: de N&T-lessen waren vooral interessant voor de betere leerling.

- De mate van plezierig zijn van de docent was heel sterk en de mate van autoritair zijn was minder sterk gerelateerd aan het aantal lessen wat de leerlingen interessant vonden.

- Er is alleen een directe relatie tussen interesse en het eindexamencijfer te zien bij de jongens N&T. Een indicatie dat de N&T-lessen over het algemeen meer op jongens gericht waren.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.