De werkhouding op de universiteit.

De NVOX column van mei 2015. Dit keer over de verschillende leerstrategieën die studenten hebben en wat er nodig is voor een optimale - dat is flexibele - leerstrategie in de bètastudies.

Sommige leerlingen zijn bijna niet vooruit te branden, maar scoren nog net het eindcijfer dat ze willen - 5.45 afgerond een 5.5 afgrond een 6. Anderen werken tot diep in de nacht - leren al de opgaven uit hun hoofd - en… halen een diepe onvoldoende. In mijn onderzoek ben ik op zoek gegaan naar de relatie tussen werkhouding en studiesucces van bètastudenten in hun eerste studiejaar, die op het vwo in 2008 eindexamen natuurkunde 1 of natuurkunde 1,2 hadden gedaan. De resultaten zijn in bijgaande figuur samengevat.

Opvallend is dat, gemiddeld gezien, de vrouwelijke student het bij alle gemeten aspecten van werkhouding ‘beter’ deed dan de mannelijke student. Maar die mannelijke student presteerde even goed als - zo niet beter dan - de vrouwelijke student. Niet alleen bij het eindexamen, maar ook in het eerste studiejaar, doordat ze over het algemeen de ‘moeilijkere’ studies kozen.

Dat mannen intelligenter zijn dan vrouwen, als het om wiskunde en natuurkunde gaat, mag - maar kan - ook niet meer gezegd worden. In de meeste niet-westerse landen doen vrouwen het wel degelijk zeer goed (en soms zelfs beter) dan de mannen en in de westerse landen verdwijnen de verschillen. Opvallend is dat hoe geëmancipeerder de samenleving - en hoe meer keuzevrijheid de vrouw heeft - hoe groter de kloof in prestaties tussen mannen en vrouwen blijft. In onze menselijke historie en evolutie is een rolverdeling tussen man en vrouw ontstaan die goed was voor het voortbrengen van nageslacht. Allicht vanuit biologische noodzakelijkheid, heeft de man hierin steeds de meest risicovolle taken op zich genomen. Dit zie je in de klas terug. De jongen die het risico neemt om dingen uit te proberen, met sterk wisselende resultaten, en het meisje dat precies doet wat de leraar zegt en daarmee veel constanter presteert.

In onze maatschappij - en vooral in ons onderwijssysteem - is steeds meer de tendens merkbaar om de vrouwelijke manier van leren te bevorderen. Er wordt dan vastgelegd hoe je moet leren en wat je moet leren en dat ‘juiste leren’ wordt dan op gezette tijden getoetst. Mijn data laten zien dat dit minder werkt naarmate een studie meer bèta is (en er meer mannen voor kiezen).

Alison Gopnik heeft aangetoond dat het basale leren van (zeer) kleine kinderen een constant experimenteren is en optimaal gebeurt als een kind de kans krijgt om ‘trial and error’ en ‘Bayesiaanse statistiek’ toe te passen. Ze vergelijkt het kleine kind dan ook met een natuurwetenschapper. Leren is dan best risicovol, maar gelukkig zijn er ouders die voor de veiligheid zorgen (waar het kind ook volledig op vertrouwt). In de loop van de opvoeding moet een kind steeds meer eigen verantwoordelijkheid op zich nemen. Langzaamaan verliest het hiermee het vermogen om risicovol te leren en (bèta)wetenschap te bedrijven. In de loop van het leven verschuift de nadruk steeds meer van de oorspronkelijke, risicovolle maar effectieve manier van leren tot het aanleren van vaardigheden waarmee falen vermeden kan worden en men de verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor anderen op zich kan nemen. Jongens hebben in deze de neiging in hun ontwikkeling wat ‘achter’ te blijven en te veel risico te nemen. Meisjes hebben de neiging te ver door te schieten en daarmee hun (leer)mogelijkheden te beperken.

We zijn in de opvoeding en het onderwijs dus bezig met het vinden van een voor elk kind optimaal evenwicht tussen risico en verantwoordelijkheid nemen. In ons huidige onderwijssysteem wordt veel energie gestoken in het aanleren van het ‘juiste’, verantwoordelijke gedrag. Ik wil ervoor pleiten de leerlingen daarnaast ook te leren om het voor hen ‘juiste’ risico te nemen.

Dit kan onder andere door onze leerlingen te leren omgaan met falen(1). Veel jongens zouden er dan baat bij hebben hun falen onder ogen te zien in plaats van het te overbluffen of negeren. Terwijl veel meisjes er baat bij zouden hebben om de uitdaging te leren aangaan (en daar plezier aan te beleven) in plaats van alles op alles te zetten om elke vorm van falen te vermijden.

Met ideeën hierover of gewoon nieuwsgierigheid ben je altijd welkom om mede te delen op mijn blog.

(1) Falen zit in het maken van fouten maar gaat ook dieper. Zo kunnen binnen het leseigen natuurkundige wereldbeeld de dagelijkse zekerheden van leerlingen falen. Piet Lijnse in ‘Omzien in verwarring. Een persoonlijke terugblik op 40 jaar werken in de natuurkundedidactiek’, Universiteit Utrecht (WND cadeau 2014).

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.