Leerlingen over het vwo-natuurkundeonderwijs

NVOX column van februari 2015.

Een paar wetenswaardigheden verkregen uit een grootschalig, landelijk onderzoek onder studenten in 2008-2009 op zoek naar de samenhang tussen natuurkunde op het vwo en het bètawetenschappelijk academisch onderwijs. Dit is de tweede column in een serie, met op deze blog meer diepgang, informatie en uitwerking.

Het gaat in mijn onderzoek om een groot deel van de vwo-leerlingen die in 2008 eindexamen deden en - gerelateerd aan hun keuze voor een bètavervolgopleiding - relatief goed waren in natuurkunde. Waar de eindexamencijfers voor natuurkunde landelijk gemiddeld op 6.5 gehouden werden, scoorden de natuurkunde1-respondenten 7.0, de natuurkunde12-meisjes 7.2 en de natuurkunde12-jongens 7.3. Het verschil tussen meisjes en jongens bij natuurkunde12 lijkt niet aan de betreffende meisjes te liggen, die scoorden vrijwel gelijk als het om wiskunde en natuurkunde ging. Nee, de natuurkunde12-jongens in deze generatie deden het gewoon uitzonderlijk goed, ook in vergelijking tot andere landen, zoals blijkt uit de TIMSS-advanced studie die onder dezelfde populatie leerlingen plaats vond. {In het TIMSS-advanced-2008 onderzoek met een algemenere steekproef onder de 6-vwo-NT-leerlingen van 2007-2008 kwam eenzelfde significant verschil in natuurkundeprestatie naar voren. Opvallend was ook dat de Nederlandse ‘advanced physics’ leerlingen het beste scoorden in vergelijking tot andere landen.} Deze natuurkunde12-jongens rapporteerden een betere relatie met de docent die volgens hen extra vriendelijk en competent was. Er was duidelijk een andere sfeer in zo’n jongensrijke natuur&techniek klas. Onderstaande informatie gaat steeds over de vijfde klas. Op de meeste scholen hadden leerlingen in de vijfde meer natuurkundelessen per week dan in de vierde. En de lessen werden minder door het examen bepaald dan in de zesde.

De natuurkundedocenten werden over het algemeen als zeer competent en zeer enthousiast beoordeeld (ruim 4 op een schaal van 0-5); ze waren vriendelijk en consequent, gaven structuur en hadden een goede relatie met de klas (3 tot 3.5 op schaal 0-5); ze gaven iets meer positieve dan negatieve feedback (3 op schaal 0-5), maar varieerden hun lessen niet echt en hielden weinig orde (rond de 2.5). Oordeel nog niet te snel over deze gegevens, want wat leerlingen goed doet presteren… dat zal nog niet zo makkelijk te duiden zijn. Niet meer dan een kleine 7% van de respondenten meldden een vrouwelijke natuurkundedocent. Ik kan dus niets significants zeggen over het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke docenten. Maar met twee vrouwelijke ‘natuurkundedocenten van het jaar’ in de afgelopen jaren, wordt het wel verleidelijk…

De lessen bleken redelijk standaard van opbouw. Vrijwel altijd een deel klassikaal met - als het enigszins kon - tijd voor het maken van opgaven. Eens in de maand ongeveer was er een demo en een practicum. De (relatief goede!) leerlingen gaven aan het grootste deel van hun lessen te begrijpen en ze zeiden die lessen iets minder vaak interessant te vinden. Daarbij meldden jongens relatief meer lessen te begrijpen en interessant te vinden dan meisjes (zowel in natuurkunde 1 als in natuurkunde12). Natuurkunde12-jongens begrepen eigenlijk alle lessen wel. Of dat nu echt optimaal was voor hun werkhouding… Het lijkt erop dat deze jongens pas gingen werken als ze het niet meer begrepen. Maar nu loop ik op de zaken vooruit.

Tja, die werkhouding… die bleek de docenten die ik hierover sprak aardig tegen te vallen. Jongens (of het nu in natuurkunde1 of 12 was) gaven aan buiten de lessen amper een half uur per week aan natuurkunde te besteden - inclusief het eventueel voorbereiden van toetsen. Natuurkunde1-meisjes werkten 45 en natuurkunde12-meisjes 40 minuten per week. Jongens meldden dat ze ongeveer 50% en meisjes dat ze 60% van de opgegeven opgaven ook werkelijk maakten. Let wel: het gaat hier niet om een normale verdeling rond een gemiddelde, maar om een tweedeling in een groep leerlingen die gewoon helemaal niets deed en een groep die ongeveer deed wat ze geacht werden te doen. Om te weten wat dit over de kwaliteit van werken zegt, is het van belang om uit te zoeken hoe de selectie van opdrachten bij verschillende leerlingen tot stand komt. Ik heb dit niet direct kunnen meten, maar indirect heb ik wel interessante zaken ontdekt… Jongens leken iets meer de uitdaging op te zoeken en meisjes hielden zich graag bij wat ze al konden. En wie weet zou dit verschil wel eens hebben kunnen bijdragen aan het verschil in prestatie bij natuurkunde12. Het feit dat meisjes meldden meer uit het hoofd te leren voor de toets en dat jongens vaker leerden op inzicht, kan er ook op wijzen dat het verschil in prestatie op een verschil in aanpak berust. Maar voor ik dit verder ga uitwerken, eerst in de volgende column iets over hoe deze leerlingen zeggen hun eerste studiejaar te hebben doorgebracht.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.