Over de natuurkundelessen

De Nederlandse natuurkundeles anno 2008: eerst een klassikale uitleg, voordoen van opgaven en soms een demo en dan als er tijd over was zelfwerkzaamheid en het beantwoorden van individuele vragen. Leerlingen moesten voor elke les een aantal opgaven maken (huiswerk) en veel van de leerstof en de opgaven kwamen uit het lesboek.

Eerst even de context: de klas van 2008. De respondenten meldden in hun natuurkunde 1-klas gemiddeld 22 leerlingen met 51% meisjes en in hun natuurkunde 1,2-klas gemiddeld 19 leerlingen met 27% meisjes. Ik kan me voorstellen dat veel docenten hun natuurkunde 2-klas uit die tijd hier niet in herkennen. Dit heeft een aantal redenen:
Ten eerste zijn grotere klassen sterker vertegenwoordigd in de data dan kleinere klassen. Er zitten in een grote klas meer leerlingen en daarom komen uit een grote klas ook meer respondenten dan uit een kleine klas.
Ten tweede hadden een aantal natuurkunde 1,2 leerlingen het deelvak natuurkunde 1 in een grotere, meisjesrijkere klas dan de klas waarin ze het deelvak natuurkunde 2 hadden.
Ten derde was er een onhandige constructie in de vragenlijst, waardoor natuurkunde 1-respondenten vragen voor natuurkunde 1,2 hebben ingevuld. Ondanks de maatregelen die ik heb genomen om de gevolgen van deze fout zo goed mogelijk te verbeteren, zijn de natuurkunde 1,2 data nog steeds ietsjes 'vervuild' met natuurkunde 1 data.



Op het eerste gezicht zie je niet veel variatie in de Nederlandse natuurkundelessen. Dit lag niet zozeer aan de lessen zelf, maar aan het feit dat leerlingen zich niet altijd bewust waren van wat er zoal in hun natuurkundelessen omging. Veel van de (technische!) studenten - met wie ik de beoogde vragenlijst besprak - moesten toegeven dat ze niet echt of eigenlijk echt niet opgelet hadden. Ik kon dus maar amper op (differentiërende) details ingaan. Laat staan dat ik iets zou kunnen vragen over de manier waarop in hun lessen de context gebruikt werd, om maar iets te noemen.

Als aanvulling op de beperkte informatie die ik van de respondenten kon verwachten, ben ik begin 2008 te rade gegaan bij de docenten zelf. Van ruim 100 scholen met relatief veel natuurkundeleerlingen heb ik informatie ontvangen over het aantal lesuren per week in de drie bovenbouwleerjaren en de lengte van die lesuren. Later, in 2009, ben ik bij negentien scholen op bezoek gegaan om informatie in te winnen over onder andere de inhoud van de natuurkundelessen.

Maar nu de voorzichtige interpretatie van een data-analyse, gebaseerd op de eerste studentenvragenlijst: De natuurkundeles had vrijwel altijd een klassikaal deel (uitleg en het voordoen van opgaven). {Vergelijkbare plaatjes van frequentieanalyses zie je als het gaat om het gebruik van de lesboeken: De meeste lessen waren gebaseerd op de leerstof uit het lesboek en daar werden ook de meeste opgaven uitgehaald.} Na de uitleg was er in veel gevallen tijd over voor zelfstandig werk (individueel en/of in groepjes).
Vrijwel elke respondent meldde dat er voor elke les huiswerk opgegeven werd (mondeling of via een studiewijzer). Opvallend is dat een groot deel van de leerlingen, dat volgens eigen zeggen 1x per maand of minder huiswerk had, wel een redelijk normaal aantal verplichte opgaven per les opgaf (2-6 of zelfs 6 of meer). Het kan zijn dat zij vrij waren hun eigen planning te maken en daarom technisch gezien geen huiswerk opkregen van de docent.
Echter, de vraag kan ook gewoon verkeerd gelezen of begrepen zijn. Uiteindelijk waren er maar zeer weinig (N=60) die nauwelijks opgaven zeiden te hoeven maken. Van tenminste eentje - maar allicht zijn er meer - heb ik kunnen achterhalen dat hij wel degelijk opgaven ophad, maar dat hij het zich gewoon niet bewust was… (zie het verhaal van het Baken in Almere).

De variatie in de lessen, zoals ze uit de data naar voren komt, zit hem vooral in de frequentie van demonstraties en practica. De ene docent komt er gewoon vaker aan toe dan de ander. Nog wat minder vaak - minder dan 1x per maand - gaven leerlingen van een relatief klein aantal scholen zelf een presentatie.

Bij al de gestelde vragen over de lessen vind ik met een variantieanalyse (ANOVA) dat de natuurkunde 1,2 lessen duidelijk meetbare verschillen tussen scholen laten zien. Ofwel de variatie tussen scholen was duidelijk groter dan die tussen leerlingen binnen een school. Er was dus wel degelijk ruimte voor iets als een variatie op een thema en hier en daar zelfs voor geheel afwijkende lessen. Ook het aantal door de respondenten gemelde interessante en begrepen lessen varieerden sterk van school tot school. Dit betekent dat interesse en begrip - tenminste voor een belangrijk deel - samenhangt met aspecten van de school (waaronder de les).

Als je de natuurkunde 1-lessen met ANOVA analyseert, zie je opvallend minder verschillen tussen scholen. Men ziet nog wel een duidelijk verschil als het gaat om het aantal interessante lessen, maar de 'frequentie begrepen lessen', de 'frequentie vragen stellen' en de 'frequentie voorbeelden uit andere vakgebieden' bleken sterk overeen te komen.
Er waren trouwens ook opvallend weinig significante verschillen te vinden tussen de natuurkunde 1- en de natuurkunde 1,2-lessen

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.