Uitdaging - durven vrouwen die aan?

Het vele werk van de vrouwelijke studenten lijkt weinig effectief. Dit heeft te maken met een relatief lage algemene capaciteit samengaand met een wat schoolse studiehouding. Op deze studiehouding wil ik verder ingaan.

De vrouwelijke respondenten werkten heel hard, maar het lijkt er steeds meer op dat deze vrouwelijke respondenten relatief veel van hun tijd besteedden aan werk dat weinig bijdroeg aan hun studiesucces. Zo bleken de vrouwelijke respondenten naarmate ze kwalitatief beter lazen meer te gaan lezen, terwijl mannen naarmate ze kwalitatief beter lazen minder opdrachten gingen maken. Op zich gaat kwalitatief beter leren samen met een beter studiesucces, maar de tendens waar ik het over heb staat statistisch gezien los van de component KWALITATIEF LEREN en dus los van het studiesucces. Dit betekent dat het extra (!) veel lezen van de vrouwelijke studenten hen niets extra's opbracht en dat het extra (!) weinig opgave maken van de mannelijke studenten geen consequenties had.

Kanttekening

Er waren in mijn studie 368 (sportieve) vrouwelijke respondenten die rapporteerden dat ze in hun eerste studiejaar 8 uur of meer aan sport deden tegen 490 minder sportieve vrouwen. De sportieve vrouwen hadden - net als de mannelijke studenten - een significant hoger studiesucces dan de minder sportieve vrouwen (7.4 tegen 7.1). Er is geen verschil tussen sportieve en minder sportieve mannen. Andere tijdsbestedingen (van meer dan 8 uur per week) hadden geen of een negatief effect op het studiesucces.
{Nog een uitzondering: mannelijke studenten die veel tijd in de trein doorbrachten (en aan studie besteedden?) deden het significant beter dan andere mannelijke studenten.}

Natuurlijk gaat dit niet op voor alle vrouwen. Er zijn vrouwen die juist wel uitdagingen aangaan en die het ook beter doen in natuurkunde dan anderen. In mijn studie waren dit vrouwen die uitzonderlijk veel aan sport deden (zie kader). Natuurkunde docenten in verschillende landen (en vast ook in Nederland) gebruiken competitie in hun lessen om hun leerlingen uit te dagen (Brotman & Moore, 2008; Zohar & Sela, 2003). Uit de beschreven onderzoeken blijkt dat het inzetten van competitie vooral bij de mannelijke studenten effectief is. Echter ook vrouwelijke studenten die zich uitgedaagd voelen door competatieve elementen in de les, doen het even goed als de mannelijke studenten (Croson & Gneezy, 2009). Het lijkt er dus op dat mensen die graag een uitdaging aangaan het beter doen in natuurkunde dan mensen die zich laten afschrikken (uit angst om te falen).

Jongens blijken over het algemeen vaker competatief dan meisjes (Niederle & Vesterlund, 2007) en/of een competatieve mentaliteit bij meisjes blijkt vaak samen te gaan met een (als mannelijk geziene) bereidheid om meer risico te nemen in hun streven naar succes (Cárdenas, Dreber, von Essen, & Ranehill, 2012; Niederle & Vesterlund, 2007).
Carol Dweck (2008) adviseert natuurkunde en wiskunde docenten om dit soort competitiviteit aan te wakkeren door hen de waarde te laten ervaren van 'uitdagingen aangaan', 'hard en doelgericht werken', en 'leren van eigen fouten'. Hierdoor ontstaat bij hen de overtuiging dat hun natuurwetenschappelijke potentie (algemene capaciteit), hun intelligentie, en hun hersenen niet vast liggen op een bepaald niveau ('fixed mindset'), maar zich onder invloed van doelgerichte inspanningen flexibel kunnen aanpassen aan wat op een bepaald moment nodig is. Deze 'growth mindset' blijkt (vooral bij vrouwen) te leiden tot hogere prestaties in de exacte vakken. Hoe minder deze meisjes vast zitten in het stereotype beeld van 'natuurkunde is alleen voor jongens en niets voor mij', hoe beter ze presteren (Dar-Nimrod & Heine, 2006; Dweck, 2008; Good, Rattan, & Dweck, 2012).

Uit de vele onderzoeken van Carol Dweck blijkt het goed mogelijk om een 'growth mindset' aan te leren. Leerlingen moeten dan wel de meerwaarde inzien van beter presteren in natuurkunde en zolang het woordje 'nerd' zijn negatieve bijklank behoudt, zal het moeilijk worden. Werk aan de winkel dus.
Kunnen wij dit? Tja, ook voor ons is een 'growth mindset' essentieel.

Hebben jullie suggesties voor een aanpak?

Literatuur:
Brotman, J. S. & Moore, F. M. (2008). Girls and science: A review of four themes in the science education literature. Journal of Research in Science Teaching, 45(9), 971–1002. doi: 10.1002/tea.20241

Cárdenas, J., Dreber, A., von Essen, E., & Ranehill, E. (2012). Gender differences in competitiveness and risk taking: Comparing children in Colombia and Sweden. Journal of Economic Behavior & Organization, 83(1), 11-23. doi: 10.1016/j.jebo.2011.06.008

Croson, R. & Gneezy, U. (2009). Gender differences and preferences. Journal of Economic Literature, 47 (2), 448-474. doi: 10.1257/jel.47.2.448

Dar-Nimrod, I., & Heine, S.J. (2006). Exposure to scientific theories affects women’s math performance. Science, 314, 435.

Dweck, C.S. (2008). Mindsets and math/science achievement. New York: Carnegie Corporation of New York-Institute for Advanced Study Commission on Mathematics and Science Education.

Good, C., Rattan, A., and Dweck, C.S. (2012). Why do women opt out? Sense of belonging and women's representation in mathematics. Journal of Personality and Social Psychology. Advance online publication. doi: 10.1037/a0026659

Niederle, M. & Vesterlund, L. (2007). Do women shy away from competition? Do men compete too much? The Quarterly Journal of Economics, 122(3), 1067-1101. doi:10.1162/qjec.122.3.1067

Zohar, A., & Sela, D. (2003). Her physics, his physics: Gender issues in Israeli advanced placement physics classes. International Journal of Science Education, 25 (2), 245-268. doi: 10.1080/09500690210126766

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.