Werkhouding

Een groot verschil tussen jongens en meisjes is toch wel het verschil in werkhouding. Naar eigen zeggen werken jongens (gemiddeld genomen) veel en veel minder hard dan meisjes, maar wel meer op inzicht. Een vergelijk.


Natuurlijk zijn er ook jongens die hard werken en meisjes die vrijwel niets doen, zoals op de plaatjes duidelijk te zien is. Maar het is overduidelijk: meisjes besteden gemiddeld meer tijd aan hun werk en maken meer van de opgaven. Je ziet in de plaatjes en de tabel relatief veel jongens die nauwelijks wat doen. [Zoals een 5-vwo jongen in mijn natuurkunde 1,2 klas eens uitriep: "Maar mevrouw Cottaar, u denkt toch niet dat ik thuis aan natuurkunde ga werken!"] Er is zelfs een wetenschappelijke term voor de houding van deze jongens 'laddishness' van het Schotse woord 'lad', een knaap, een adolescent die nog niet de verantwoordelijkheid van de volwassene heeft. Carolyn Jackson heeft hier veel over geschreven. Volgens haar gebruiken jongens deze lakse houding ter bescherming van hun eigenwaarde. Je kunt maar beter niets doen (of tenminste zeggen dat je niets doet) en daardoor slecht presteren dan het risico lopen dat je straks slecht presteert terwijl je je best gedaan hebt. Ook is het heel belangrijk om je van de meisjes (sissy) te differentiëren.

Ook als jongens en meisjes zich voorbereiden op een toets, pakken ze het anders aan. Het verschil in inzet zit hem vooral in het feit dat meisjes vaker dingen uit het hoofd leren dan jongens. Jongens zeggen net iets vaker op inzicht te leren dan meisjes, maar dit is maar marginaal.
De kwaliteit van inzicht zal gegarandeerd meer invloed hebben op de prestaties van de leerlingen dan de mate waarin dat inzicht ingezet wordt. Kwaliteit van inzicht is echter moeilijk te meten in zo'n grootschalig onderzoek.
Hier begeven we ons op een wat gevaarlijk terrein. Want hebben jongens een hogere kwaliteit van inzicht dan meisjes als het om natuurkunde gaat? Er is zeker een groepje jongens (en minder meisjes) die nauwelijks iets doen en toch extreem hoge cijfers halen. In de literatuur wordt dit vaak toegeschreven aan verschillen in interesses en opvoeding waardoor jongens veel meer relevante zaken buiten school om leren.

Dat er ook jongens zijn die hard werken en toch hun eigenwaarde kunnen handhaven, bewijst dit verhaal van Lesley de Putter: "Ik heb nu één jongen in de klas die echt werkt voor een 10. Hij vindt dat ook echt leuk. Hij heeft echt zoiets van: 'Nou ik leer het gewoon goed, maakt me niet uit of ik het al kan.' En hij heeft dus altijd meer dan een 8. De meesten leren alleen voor een voldoende. […] Hij heeft gewoon heel andere opvatting over... hoe het leven in elkaar zit dan de rest. Dat wordt ook geaccepteerd omdat hij ook echt slim is en ook gewoon dingen uitlegt. Als je hem dan in klas vraagt hoe het moet en hij vertelt dat, dan houdt de rest van de klas ook zijn mond dicht. [...] Hij heeft een beetje de uitstraling van een botsauto. Zo van, ik ben gewoon zo en jullie doen het er maar mee."

En ja - ik ben hen in dit onderzoek niet veel tegengekomen, want het gaat misschien maar om enkelingen - maar meisjes die zonder veel te doen zeer hoge punten halen bestaan ook. Ik was er zelf eentje... Heerlijk als je een toets voor wiskunde of natuurkunde had, daar hoefde je niets voor te doen. Maar eerlijk gezegd was ik niet zo extreem als sommige van de jongens in dit onderzoek, ik maakte wel heel netjes mijn huiswerk. Dat is misschien het grootste verschil tussen jongens en meisjes. Meisjes doen vaker dingen die niet nodig zijn dan jongens, omdat het nu eenmaal moet of omdat de docent het wil. Dit komt allemaal op een later moment - voorlopig plan in mei - nog aan de orde.

  • Alleen reacties op artikelen worden gepubliceerd.
    Persoonlijke berichten (bv aanmelden voor mailinglist) worden als e-mail verwerkt.