Informatie voor natuurkundedocenten

Hebben we wel zoveel invloed?
Dit artikel is gepubliceerd in de NVOX van november 2012. De belangrijkste punten uit mijn artikel van in het Journal of Research in Science Teaching, Low (linear) effect of the physics teacher on achievement, zijn hierin samengevat.

Nivellerende aspecten in het natuurkundeonderwijs
In juni 2010 hebben de Nederlandse Onderwijs Research Dagen (ORD) plaatsgevonden. Het bovenstaande artikel is daar aan de orde geweest in een presentatie.

Diepgang en minder onderwerpen, een voorstel voor natuurkunde.
In de VS is een vergelijkbaar onderzoek gedaan naar de invloed van het natuurkundeonderwijs op de middelbare school als het gaat om het succes van de student in de vervolgopleiding. De conclusies uit dit onderzoek heb ik verwerkt in een advies voor de commissie nieuwe natuurkunde. Dit advies is in november 2005 gepubliceerd in de NVOX, maar er is verder niets mee gedaan.


Studenten geven advies aan docent natuurkunde.
Om de studenten te stimuleren twee toch wel lange vragenlijsten in te vullen heb ik bij de tweede vragenlijst een prijsvraag uitgeschreven. Die luidde: 'Wat moet een natuurkundedocent doen om de leerlingen zo goed mogelijk op jouw studie voor te bereiden?' Dit artikel (voor de NVOX) behandelt het antwoord van de deelnemende studenten op deze vraag. De adviezen van de 10 prijswinnaars staan erbij.


Aantal respondenten per school.
In deze pdf-file zijn de aantallen respondenten per school (gesorteerd naar plaats) te vinden.


Informatie voor studenten.

Studenten geven advies aan docent natuurkunde.
Bij de tweede vragenlijst in mei/juni is een prijsvraag uitgeschreven. Die luidde: 'Wat moet een natuurkundedocent doen om de leerlingen zo goed mogelijk op jouw studie voor te bereiden?' Dit artikel (voor de NVOX) behandelt het antwoord van de deelnemende studenten op deze vraag. De adviezen van de 10 prijswinnaars staan erbij.


Studentprofielen.
Voor verschillende studierichtingen is een studentprofiel gemaakt. Op deze pagina vind je een beschrijving van elk profiel.


Aantal respondenten per school.
In deze pdf-file zijn de aantallen respondenten per school (gesorteerd naar plaats) te vinden.


Ervaringen van Aart Groenewold,
natuurkundedocent op het Etty Hillesum Lyceum in Deventer.

Over het al of niet kiezen voor een studie natuurkunde (of aanverwante studierichting), heb ik een aardig voorbeeld, al is het maar van een enkele leerling :

Naast het reguliere natuurkundeprogramma bieden wij onze leerlingen in 6 vwo een paar zogenaamde keuzemodulen aan. In keuzetijd en niet verplicht. Een collega van mij geeft een module sterrenkunde (7 lessen), een andere collega een module relativiteitstheorie (7 lessen) en ikzelf geef een module weerkunde (14 lessen) (de NiNa lessenserie Weer en Klimaat, waarvan ik de auteur ben) en daarna nog een module quantumtheorie (7 lessen). In de laatste module komen geen formules voor maar wel de historische ontwikkeling van de "quantumfilosofie" tot en met verstrengeling, teleportatie en quantumcryptografie.

Mijn laatste vraag van het afsluitende tentamen over quantumtheorie dit jaar was:
- "Wat heb jij geleerd van deze module ?" Een van de 20 deelnemende leerlingen antwoorde hierop het volgende:
- "Het belangrijkste dat ik geleerd heb is dat de natuurkunde nog lang niet "klaar" is. Er zijn nog vele raadsels waar we nog geen verklaring voor hebben. Ik vind dit erg interessant en overweeg mede hierdoor om natuurkunde te gaan studeren. Ook vond ik het interessant om te horen hoe wetenschappers tot hun ontdekkingen kwamen. Bij het gebruiken van formules vraag ik mij altijd af hoe men tot deze formules is gekomen en in de module werd daar uitvoerig over verteld."

Nu is zij natuurkunde gaan studeren in Delft.
Selectie voor N-profielen, Kees van Wijngaarden
sectievoorzitter natuurkunde Johan de Witt-gymnasium in Dordrecht.

Onze school heeft bij de invoering van de herziene tweede fase voor de overgang van klas 3 naar klas 4 de 7,0 grens ingevoerd voor de vakken natuurkunde en wiskunde. Met het doel om toch een betere voorselectie van echte N-leerlingen te krijgen. Opvallend is dat sindsdien de populariteit voor NG of NT is toegenomen. In de oude tweede fase koos zo'n 40% a 50% voor NG, NT. Nu is het minimaal 60%.